donderdag 17 januari 2013

De Ooggetuige


De ooggetuigeOver geen enkele persoon verschenen zoveel boeken als over Adolf Hitler. Talloze historici, filosofen, psychologen en antropologen bogen zich over zijn leven, persoonlijkheid, geloof, gedrag en visie. Eminente biografen als Joachim Fest, Sebastian Haffner, Guido Knopp, Raul Hilberg en Ian Kershaw schreven indrukwekkende boeken over de dictator, die als geen ander de twintigste eeuw beïnvloedde met zijn fanatieke denkbeelden. Die stroom publicaties volgde vooral na de Tweede Wereldoorlog, toen de wereld zicht kreeg op de gruwelijke gevolgen van het nazisme, de dictatuur, de xenofobie, de concentratiekampen en vooral de Endlösung met als gruwelijk resultaat de vernietiging van zes miljoen Joden. In zijn boek Hitlers gewillige beulen toont Daniël Goldhagen aan dat de moord op de Joden geen toevalligheid was, maar het gevolg van een intrinsiek antisemitisch denken. Nog voor Hitler zijn vernietigingsmachine bedacht, leefde bij het Duitse volk de gedachte dat de Joden op de één of andere manier geëlimineerd moesten worden. Toen Hitler aan de macht kwam en hij zijn holocaust wilde starten, had hij dan ook geen enkele moeite om hiervoor medestanders te vinden die vol overtuiging aan zijn zijde stonden en hielpen bij de uitvoering van deze verschrikking. Bij hen leefde de opvatting dat de eliminatie van de Joden niet alleen noodzakelijk was, maar tevens gerechtvaardigd.
Dat waren allemaal bedenkingen achteraf, na de val van het Derde Rijk. Maar ook daarvóór hadden enkele intellectuelen hun bezorgdheid over het nazisme al geformuleerd, verkondigd en neergeschreven. Een van hen was de jood Ernst Weiß, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als militaire geneesheer aan het oostfront streed, iets waarvoor hij in 1918 het Gouden Kruis voor Moed ontving. Tegelijk was hij een van de belangrijkste Duitstalige auteurs van het begin van de twintigste eeuw. Hij was bevriend met Franz Kafka en had contacten met illustere collega’s als Stefan Zweig, Thomas Mann en Joseph Roth. Hij was auteur van essays, novellen en zestien romans waaronder Die Feuerprobe, Der Aristokrat en Der Gefängnisarzt oder Die Vaterlosen. Een dag na de Rijksdagbrand op 27 februari 1933 verliet hij Berlijn en trok naar Praag om er zijn zieke moeder bij te staan. Na haar overlijden in 1934 vestigde hij zich als banneling in Parijs. In 1938 schreef hij in het kader van een literaire wedstrijd, gesponsord door de American Guild for German Cultural Freedom, zijn bekendste werk De ooggetuige. Hij hoopte de wedstrijd te winnen en zo een visum te bekomen voor de Verenigde Staten. Weiß won echter niet en bleef in armoede in Parijs. Toen de Duitsers op 14 juni 1940 de Franse hoofdstad binnenmarcheerden, pleegde hij zelfmoord. Zijn nalatenschap is vermoedelijk in beslag genomen door de Gestapo.
De ooggetuige is een verpletterend boek. Het verscheen pas in 1963 en werd in 1964 in het Nederlands vertaald. Onlangs verscheen een nieuwe uitgave. Het hoofdpersonage is een artspsychiater in een reservelazaret die geestelijk verminkte militairen behandelt. Een van zijn patiënten is een zekere A.H., een grootheidswaanzinnige, Jodenhatende fantast, die als gevolg van een hysterische aandoening niet meer kan zien. Medisch gezien is hij echter niet blind. De arts raakt door hem gefascineerd. en besluit A.H. te behandelen. Uiteindelijk geneest hij hem met alle fatale gevolgen van dien. Uiteraard gaat het hier om fictie, maar wie de levensloop van de auteur kent, begrijpt dat deze roman heel wat autobiografische elementen bevat. Weiß studeerde zelf voor arts, streed aan het front, zag van nabij de opkomst van het fascisme, dat teerde op een diepgeworteld antisemitisme. Als jood zag en proefde hij de door het christendom aangewakkerde haat van de Duitsers en andere ‘Arische’ volkeren tegen de Joden. ‘Mijn moeder “mocht” joden niet, ook al kende ze er maar een paar en wist ze van geen van allen iets kwaads. Misschien kwam het door haar katholieke opvoeding,’ schrijft Weiß. En zo start een ambivalent verhaal waarin ‘de ooggetuige’ van in zijn jeugd geconfronteerd wordt met liefde en bedrog, levenslust en gebroken illusies, hoge verwachtingen en tegenslagen, succesvolle mensen en zijn eigen diepe armoede. Weiß beschrijft in zijn roman indringend het begin van de Grote Oorlog. ‘In één klap was er geen Europa meer, de grenzen waren gesloten en overal vloeide bloed (…) Het kosmopolitisme was dood’. Het individu had geen enkele waarde meer, alleen de massa telde nog. En de categorische imperatief van Kant werd letterlijk omgedraaid: iedere mens werd middel tot het doel. Net zoals de auteur dat zelf deed, gaat het hoofdpersonage als arts aan de slag aan het front. Deze passages in het boek zijn beenhard, tot op de rand van het onverdraaglijke, vergelijkbaar met het boek Frontberichten van Edlef Köppen of het fotoboek Krieg dem Kriege van Ernst Friedrich, vol afbeeldingen van gueules cassées van verminkte soldaten. Als chirurg moet hij na zijn aankomst al onmiddellijk beginnen te opereren, in feite vooral amputeren, ‘letterlijk wadend in het bloed’. Later vecht hij zelf ook en schrikt van de vernietigingskracht van de mens. ‘Het innerlijke, het verpletterende, het verrukkelijk beestachtige, het barbaarse geluk, de barbaarse roes, is niet te beschrijven.’ Hij raakt gewond, herstelt en gaat aan de slag in een lazaret in Pommeren, waar hij geestelijk verminkten moet behandelen. En hier komt de blinde patiënt, korporaal A.H., op het toneel, ‘een eeuwige herrieschopper, een fanatieke hitser, oproerkraaier en querulant’ die zich weigert te laten behandelen door een Jood.
Beter dan in tal van zo veel non-fictie boeken ontleedt Weiß de woede, de rancune en de haat die Hitler drijft. De in zijn ogen onverdiende nederlaag, de dolkstoot in de rug van de Wehrmacht door joden en democraten en later die afschuwelijke Vrede van Versailles. Zijn levensdoel is de grote revanche. Van zijn aanhangers eist hij totale gehoorzaamheid. ‘Geen ruimte. Geen twijfel. Geen bedenkingen.’ En het lukte hem. Miljoenen mensen konden geen weerstand bieden aan zijn gruwelijke logica. De auteur beschrijft messcherp de morele ineenstorting van het Duitsland na de Grote Oorlog. Toen de joodse minister van Buitenlandse Zaken Walther Rathenau, die erin slaagde om Duitsland op het internationale toneel nieuw aanzien te geven, op een dag werd vermoord door extreemrechtse extremisten, protesteerde niemand. Integendeel, ‘velen waren geneigd het losgeslagen patriottisme van de beide fanatici als verontschuldiging te aanvaarden’, zo stelt het hoofdpersonage vast. En hij ziet met lede ogen hoezeer ook zijn kennissen en zijn eigen vriendin A.H. beginnen te bewonderen, bijna vereren. ‘Ze zag in hem een man die geen haat kende, die slechts van liefde, vaderlandsliefde vervuld was en van wie iedereen moest houden.’ A.H. verachtte de massa, maar diezelfde massa was in zijn ban. En ze vertrouwden hem, zelfs toen hij zich al vroeg aanmatigde dat hij zich nooit kon vergissen en dat hij de belichaming van hét recht was.
Slechts uitzonderingen wisten zich te handhaven. ‘Aan de geestelijke overmacht van H. was ik ontsnapt, want ik zag het gevaar,’ zegt het hoofdpersonage, maar ook hier spreekt Weiß zelf. Hij zag al vroeg in tot wat die fanaticus in staat was en hoezeer hij de kritische vermogens van de mensen uitschakelde. ‘Je kunt niet tot de massa afdalen als je je niet eerst ontdoet van wat je tot individu maakt: je scrupules en je geweten,’ en dat werd al snel duidelijk toen de stoottroepen van Hitler hun politieke tegenstanders in elkaar begonnen te slaan en te vermoorden. De rijksregering (en de andere politieke partijen) had niet door hoe gevaarlijk Hitler en zijn medestanders waren. Weiß legt in één korte zin uit waarom niet: ‘Zij dacht dat ze net zo waren als zij!’ Dat bleek al snel na de machtsovername in 1933 toen de auteur een ‘enorme modderstroom van verraad’ vaststelde. Niet zelden vloeide dat verraad voort uit de hoop op persoonlijk voordeel. Zo werden talloze joodse eigendommen verworven door leiders van de NSDAP, maar ook door gewone burgers.
Hoewel de auteur zijn roman schreef in 1938, nog twee jaar vóór de Tweede Wereldoorlog, was hij perfect op de hoogte van het bestaan van de concentratiekampen. Iets waarvan veel Duitsers na 1945 beweerden dat ze er niets van wisten, ‘Wir haben es nicht gewußt’. Maar de auteur wist het maar al te goed en dropt zijn hoofdpersonage in Dachau, waar hij de ergste folteringen ondergaat omdat hij een dossier over de vroegere ziekte van A.H. achterhoudt. Hij hoort hoe gevangenen gefolterd worden en brullen als dieren. Tot ze hem zelf aanpakken. ‘Nu begreep ik wat een onvoorstelbare macht de angst voor lichamelijke pijn over een mens kan hebben,’ aldus het hoofdpersonage. Uiteindelijk kan hij het kamp ontvluchten en Parijs bereiken, opnieuw een parallel met het lot van Weiß. Daar verhaalt hij over de moord op Röhm, de chef van de SA, die door Hitler werd uitgelegd als een noodzakelijkheid. ‘In dit uur was ik verantwoordelijk voor het lot van de Duitse natie en daarvoor was de opperste Rechter van het Duitse volk in die 24 uur ikzelf.’ Het is een letterlijk citaat van de Führer dat aantoont hoezeer de rechten en vrijheden in Duitsland waren uitgehold en hoezeer het lot van elke Duitse man en vrouw in handen lag van die fanatieke opperrechter die besliste over leven en dood.
‘Duitsland stonk naar moord en verraad en allen ademden die lucht in als was het rozengeur,’ zo schrijft de auteur in 1938. Geen wonder dat de Gestapo hem op de hielen zat en hem wilde liquideren als ‘vijand van het Duitse volk’. Zover heeft hij het niet laten komen. De ooggetuige Weiß benam zichzelf het leven nog vóór de fascisten hem te pakken kregen. Dit boek is het antidotum voor elke vorm van extremisme, en waarschuwt ervoor dat een fanatieke fantast in staat is om een heel volk mee de afgrond in te sleuren. Het gaat om de bekentenis dat de massamens in staat is tot de gruwelijkste zaken. Dit boek en zijn auteur verdienen een ereplaats in de galerij van de groten. De ooggetuige is een klassieker.

Recensie door Dirk Verhofstadt

Een van mijn meest favoriete gedichten.

Een van mijn meest favoriete schrijvers is Dylan Thomas, een van mijn favoriete gedichten is:

Do not go gentle into that good night

Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.

Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.

Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.

Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.

Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.

And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.


maandag 12 november 2012

Managementcursus

Vanaf nu kan er worden ingeschreven voor de managementcursus: "Hoe intensiveer ik het contact met mijn medewerkers."

dinsdag 30 oktober 2012

Schandalig of hoe de politiek levensbeschouwelijke TV de nek omdraait

Het nieuwe kabinet stopt met de subsidie voor de specifiek levensbeschouwelijke omroepen. Programma's als Kruispunt, Songs of Praise en Het Vermoeden moeten straks worden betaald uit de portemonnee van de KRO en de NCRV.
     
IKON, RKK, Human, de Joodse omroep, het hindoeïstische OHM, de boeddhistische omroep BOS en de Zendtijd voor Kerken krijgen straks geen eigen budget meer. Daarmee vallen al hun huidige inkomsten weg; de zogeheten 'artikel 2.42-omroepen' hebben geen leden met bestaan bij de gratie van subsidie.

VVD en PvdA willen ze (net als het vorige kabinet) laten opgaan in grotere omroepen als de KRO-NCRV en de VPRO.

Het maandag gepresenteerde regeerakkoord gaat echter een stap verder dan eerdere plannen: de omroepen raken behalve hun zelfstandigheid ook hun volledige budget kwijt. Aanvankelijk werd het budget enkel verlaagd.

De maatregel maakt deel uit van een groter pakket omroepbezuinigingen. Het schrappen van de levensbeschouwelijke omroepjes levert 14 miljoen euro op, het complete pakket 100 miljoen. Volgens Henk Hagoort, voorzitter van de publieke omroepen, zullen ook kijkers merken dat de hand in Hilversum op de knip gaat. De omroepen hebben al kostenbesparingen doorgevoerd en zullen volgens hem nu in de programma's zelf moeten gaan snijden.

De IKON is niet bereikbaar voor commentaar. Scheidend IKON-directeur Martin Fröberg stelde in april in Trouw dat Hilversum het belang van kerken in de maatschappij 'wel eens onderschat'. 'Het idee hier is: kerken lopen leeg', vertelde hij toen. 'Ja, de ontkerkelijking vindt plaats. Maar het aantal mensen dat zoekende is, neemt toe. Daarin hebben wij als omroep een rol te spelen.' (Bron: Trouw)

Het enige geluid dat men in de politiek voorstaat is het neo-liberale gouden kalf dat aanbeden moet worden. 'Zin geven geeft geen betekenis, alleen nut', is het adagium van deze politici.

dinsdag 9 oktober 2012

Het mogelijk verdwijnen van CKV in het voortgezet onderwijs


Het is slechts een heel klein artikeltje op pagina 21 in de NRC van vrijdag jl. Het demissionaire kabinet heeft een wetsvoorstel ter consultatie gepubliceerd. Men is van zins om het vak CKV, Kunstzinnige Culturele Vorming, als apart examenvak voor HAVO en VWO te laten verdwijnen. Tijd en geld dat vrijkomt moet ten goede gaan komen aan de zogenaamde kernvakken wiskunde, Engels en Nederlands. Een klein bericht, dat velen misschien niet lezen of overslaan, maar dat, indien dit plan doorgaat grote gevolgen zal hebben.

Dit kabinet, waarvan al heel snel bekend werd dat het met cultuur niets op heeft, dit gezien de enorme bezuinigingen die er zijn doorgevoerd en gaan worden, gaat ook ingrijpen in het onderwijs. Maar ook dit is wederom niets nieuws.

In de wijsheid heeft men kernvakken benoemd, die op bijna religieuze wijze heilig zijn verklaard. Deze vakken moeten op grootse wijze aan leerlingen worden gepresenteerd, geleerd, en vooral getoetst worden tot een obligaat minimum niveau om de jeugd van nu op te stuwen in de vaart der volkeren.

Hier tegenover staat de kaalslag voor een vak als CKV dat dan maar moet integreren in andere vakken want scholen behouden een “algemene wettelijke opdracht voor culturele vorming”.

Als het gaat over de culturele vorming heeft de politiek heel wat uit te leggen. Behalve dat ieder bewindspersoon die op Onderwijs terecht komt probeert om zijn/haar ei te leggen en uit te broeden om vooral maar niet vergeten te worden is dit ingrijpen vooral weer vergezeld van de nodige onkunde over wat onderwijs inhoudt. Maar ook dit is niet nieuw.

Onderwijs gaat niet alleen over cognitie maar heeft ook een pedagogische en een didactische taak die onze jeugd moet helpen om als een goed geschoolde mens een plek in onze maatschappij te vinden. Hiertoe is een belangrijk onderdeel de “Bildung”, de opleiding die breed is en hen kennis laat maken met wereld en cultuur en zijn geschiedenis.

Eerder vond er al een kaalslag plaats met betrekking tot het literatuuronderwijs binnen het vak Nederlands en de andere talen. Eisen werden geminimaliseerd. Het aantal boeken dat moet worden gelezen en dan nog in de oorspronkelijk taal is bedroevend weinig. Vakoverstijging en verbinding van diverse vakken is iets dat amper plaatsvindt. Vraag een leerling om geschiedenis, literatuur, filosofie, muziek, kunst, economie, om maar een voorbeeld te noemen, met elkaar te verbinden en sta verbaasd van de reacties en antwoorden. Verbanden kunnen niet worden gelegd omdat o.a. vormende vakken geen prioriteit hebben, men voorbijgaat aan het belang van deze vakken.

Als men op deze manier gaat ingrijpen in een vak als CKV betekent dit een verdere afbraak van het onderwijs. Als de vormende vakken gaan verdwijnen zullen op termijn profielen als het C en M profiel, dat nu ook al wordt vervuild door wiskunde gaan verdwijnen. Niet veel later zullen vakken als muziek, tekenen, levensbeschouwing, godsdienst en filosofie en gym ook geen nut meer hebben in deze neo-liberale maatschappij. Alleen nog kern- en béta-vakken, de rest wordt overbodige ballast. Wat vergeten wordt is dat al deze vormende vakken zin hebben, betekenis geven aan datgene dat noodzakelijk is om als een volwaardig mens in de maatschappij een plaats te vinden.

Maar misschien zie ik het wel te somber. Waarvoor zijn deze vakken nodig als er straks geen bibliotheken meer zijn, theaters, schouwburgen, concertzalen, musea? Ze zijn als het zo doorgaat allemaal wegbezuinigd, hebben geen nut en daarbij leiden we ook geen mensen meer op die musicus willen worden of kunstenaar of filosoof of acteur.

Een nieuwe wereld, een nieuw Utopia, geen plaats, de letterlijk betekenis van Utopia, maar ook voor het leren van de betekenis van dergelijke woorden is dan geen ruimte meer.

maandag 13 augustus 2012

Balkan Erotic Epic

Het werk van Marina Abramovic was gisteren voor een klein gedeelte te zien in Zomergasten met Lidewij Edelkoort.
Hier een uitvoeriger versie van deze film uit 2006.


Balkan.Erotic.Epic.Marina.Abramovic door DocParano

zondag 12 augustus 2012

Lidewij Edelkoort

Vananvond weer een geweldige zomergast. Verrassende dingen gezien en gehoord. Nog eens het een an ander opnieuw bekijken bij uitzendig gemist. Ook deze mooie animatie van Niels Hoebers. Deze kunt u hier kijken. Opnieuw en opnieuw het kijken waard.

dinsdag 7 augustus 2012

Zamjatin 2

Afgelopen zondag was ik op de Deventer Boekenmarkt. Ik zal hier een dezer dagen nader over bloggen!
Het was een mooie zondag die in de middag door enige buien werd geteisterd. Op een gegeven moment toen wij, mijn ega en ik,  stonden te schuilen voor een heftige bui, toeval lijkt niet te bestaan stonden wij onder het luifel van een kraam met daarin Russische en anarchistiche literatuur. Naar later bleek gelieerd aan de Rooie Rat, de bekende linkse boekha, nieuwendel uit Utrecht.
Ik vroeg of hij toevallig iets had van Zamjatin. Over Zamjatin blogde ik eerder. De boekverkoper bleek de opvolger te zijn van uitgeverij Kelder. Niet veel later had ik een mooie, nieuwe, gesealde uitgave in de hand van: In de provincie en andere verhalen. Een prettige gedachte dat dit in mijn boekenkast staat!



donderdag 2 augustus 2012

De grote vakantie

In de Groene Amsterdammer stond in de uitgave van 12 juli onderstaand commentaar van Casper Thomas. Dit riep bij mij vervelende gevoelens op waarop ik besloot om een reactie te sturen naar de Groene. Deze kunt u onder het commentaar lezen en is geplaatst in de Groene van deze week, het nummer van 2 augustus. 

Grote vakantie is te groot. 
Het Spaanse rietje, de lei en griffel, aap-noot-mies: wie voorstelt deze attributen opnieuw in te voeren op school wordt terecht weggehoond als iemand die is blijven hangen in de negentiende eeuw. Toch houden we in het onderwijs maar al te graag vast aan een ander archaïsch gebruik: de lange zomervakantie.
Die werd bedongen bij het invoeren van de leerplichtwet in 1900. Met name de boerenstand vreesde het verlies van gratis werkkracht als hun kroost tijdens de oogstmaanden in leerfabrieken van de staat werd opgesloten. Het argument dat onderwijspersoneel zoveel tijd nodig heeft om uit te rusten, werd er pas later bij bedacht door leraren die hun verworvenheden wilden verdedigen.
Anno 2012 is er alle reden om een einde te maken aan de eindeloze vrije weken waartoe gezinnen ieder jaar worden veroordeeld. Het vakantierooster is de aansluiting met het werkende leven kwijt. Oogsten gebeurt met machines en het kostwinnersmodel heeft als ideaal afgedaan. Het spreekt al lang niet meer vanzelf dat moeder thuis is tijdens de vakantie om boterhammen te smeren en de kinderen mee te nemen naar het zwembad. Een samenleving die hamert op arbeidsparticipatie snijdt zichzelf in de vingers als ze verwacht dat ouders ook wekenlang vrijaf nemen in de zomermaanden.
Maar het belangrijkste argument om het vakantierooster op de schop te nemen, komt uit wetenschappelijke bron. Kinderen die lang verstoken zijn van hun boeken en de regelmaat van een schooldag verleren het leren. De afgelopen jaren hebben pedagogen volop onderzoek gedaan naar de cognitieve vermogens van scholieren voor en na de grote vakantie. Conclusie: een brein dat een tijdje droog staat, komt maar langzaam weer op gang. Summer learning loss is de naam voor dit verschijnsel. In sommige gevallen bleek de kennis van leerlingen bij terugkeer naar de schoolbanken zelfs minder dan daarvoor. Vooral zwakke leerlingen zijn de dupe. Hun slimmere klasgenootjes pikken de draad veel sneller weer op. Onderzoekers van de Universiteit Twente concludeerden zelfs dat onderwijsachterstand voor het grootste deel tijdens de vakantie ontstond. De verschillen zijn vooral merkbaar bij leesvaardigheid. Een mogelijke verklaring is dat kinderen met hoogopgeleide ouders met een koffer vol boeken richting zon vertrekken. Daarna wacht vaak nog een zomerkamp. Anderen blijven thuis, kijken tv en hangen wat rond.
Op die manier houdt de vakantiekalender ongelijkheden in stand. Daarom is het voorstel van een Britse denktank de moeite van het overwegen waard: knip het schooljaar in vijf blokken van acht weken, met daartussen lesvrije blokken van veertien dagen. Dan blijven er nog vier weken vrij over in de zomer. Bijkomend voordeel: er komt een eind aan die lappendeken van vrije dagen, lange weekenden en extra vakanties. Flexibele vakanties zijn een ander interessant alternatief. Op een aantal Nederlandse scholen mochten ouders bij wijze van experiment zelf hun vakantiedagen plannen. De eerste reacties zijn voorzichtig positief.
Natuurlijk hoort ontspanning bij inspanning en van een beetje verveling is nog nooit iemand slechter geworden, maar de lengte van de huidige zomerstop is moeilijk te verdedigen. Wekenlang vrij blijkt niet voor iedereen een zegen. Na lang tegenstribbelen stonden scholen onlangs een weekje zomervakantie af, waardoor er nog zes overblijven. Dat is een begin. Vier weken is meer dan genoeg om te kamperen in Frankrijk, te logeren bij opa en oma en een week­abonnement voor het zwembad eruit te halen.
Mijn reactie:

Grote Vakantie
Ieder jaar als ik terugkeer van mijn vakantieadres verheug ik mij altijd om me door de stapel tijdschriften en kranten te worstelen die gedurende mijn afwezigheid op de deurmat is gevallen.
Zo nam ik ook de Groene van 12 juli ter hand. Het commentaar van Casper Thomas, Grote vakantie is te groot, schoot al meteen in het verkeerde keelgat.
Op basis van het verslag van een Britse denktank, combinerend met een verwijzing naar de leerplichtwet van 1900 wordt opnieuw de aanval geopend op de lengte van de zomervakantie.
Het stemmingmakende commentaar is weer een duidelijk voorbeeld van een vorm van azijnpisserij. De vakantie is te lang, onderwijspersoneel maakt gebruik van oneigenlijke argumenten en een op niets gebaseerde stelling dat vier weken vakantie lang genoeg is wordt geponeerd.
De schrijver stelt dat het vakantierooster de aansluiting met het werkende leven kwijt is. Alsof het werkende leven allesbepalend is!
Er zijn voldoende, wetenschappelijke, argumenten aan te geven waarom een langer vakantieperiode goed is voor het kind, Summer learning loss zeer beperkt is en in een mum van tijd verdwijnt.
Verder loopt als het om de lengte van de zomervakantie gaat Nederland beduidend achter op het buitenland, waar een zomervakantie van twee maanden of langer gebruikelijk is. Ook in Finland, waaraan Nederland zich zo graag afmeet is de zomervakantie langer dan in Nederland.
Het wordt langzaamaan eens tijd dat het onderwijs met rust wordt gelaten in plaats van iedere keer het gemorrel aan, en invloed willen op de inrichting van het onderwijs door politici en andere azijnpissers die niet kunnen hebben dat een ander iets anders heeft dan hij/zij.
Als men het in het onderwijs zo goed heeft waarom staan de mensen dan niet te trappelen bij de onderwijsinstellingen om aan het werk te gaan als zij-instromer of om de docentenopleiding te gaan volgen? We hebben tenslotte een lerarentekort.