De kerstdagen o.a. doorgebracht met het kijken naar de Mann's. Een plezier om naar te kijken. Goed gespeeld, vanuit diverse ogen, diverse manieren om het verhaal te schrijven. Het commentaar van de laatste levende dochter Elisabeth. Ik vind het een aanrader, maar ja wie ben ik.
Waar gaat het over:
De boeken van Thomas, Heinrich en Klaus Mann behoren tot het beste van wat Europese literatuur in de de twintigste eeuw heeft voortgebracht. De geschiedenis van de familie Mann is op haar beurt een kroniek van de twintigste eeuw. Geen enkele familie liet zo'n rijke schat aan geschriften na en getuigde zo intens van haar tijd als de familie van Nobelprijswinnaar Thomas Mann. Met Elisabeth Mann-Borgese als zijn gids leidt filmmaker Heinrich Breloer ons door de odyssee van deze uitzonderlijke familie heen. Zelfmoord, alcohol- en drugsverslaving, homoseksualiteit, jongensliefde en emigratie wordt tegen de achtergrond van de eerste helft van de twintigste eeuw geplaatst. De onzekere sfeer van de Weimar Republiek, de beangstigende opkomst van het nationaal socialisme, de turbulente oorlogsjaren tot de ballingschap in Europa en Amerika zijn onlosmakelijk verweven met de geschiedenis van de meest vooraanstaande literaire familie die ooit in Duitsland geleefd en gewerkt heeft.
dinsdag 27 december 2011
donderdag 22 december 2011
As jy na my roep
AS JY NA MY ROEP
As jy na my roep uit jou keel
gaan daar 'n vogtige voetpaadjie oop
in 'n ruie bos
ALS JIJ ME ROEPT
Als jij me roept uit volle keel
vouwt er een vochtig voetpaadje open
in een ruig bos
As jy na my roep uit jou keel
gaan daar 'n vogtige voetpaadjie oop
in 'n ruie bos
ALS JIJ ME ROEPT
Als jij me roept uit volle keel
vouwt er een vochtig voetpaadje open
in een ruig bos
Puberteit. Ingrid Jonker 3
PUBERTEIT
Die kind in my het stil gesterf
verwaarloos, blind en onbederf
in 'n klein poel stsig weggesink
en iewers in die duisternis verdrink
toe jy onwetend so 'n dier
nog laggend jou fiesta vier.
Jy het nie met die ru gebaar
die dood voorspel of die gevaar
maar in my slaap sien ek klein hande
en snags die wit vuur van jou tand:
Wonder ek sidderend oor en oor
Het jy die kind in my vermoor...?
PUBERTEIT
Het kind in mij is stil gestorven
verwaarloosd, blind en onbedorven
in een kleine poel traag weggezonken
en ergens in duisternis verdonken
toen jij ontwetend als een beest
nog volop lachte op je feest.
Je hebt niet met dat grof gebaar
de dood voorspeld of het gevaat
maar als ik slaap zie ik kleine handen
en 's nachts het wit vuur van je tanden:
Ik ril en één vraag brandt aldoor
Heb jij het kind in my vermoord...?
Die kind in my het stil gesterf
verwaarloos, blind en onbederf
in 'n klein poel stsig weggesink
en iewers in die duisternis verdrink
toe jy onwetend so 'n dier
nog laggend jou fiesta vier.
Jy het nie met die ru gebaar
die dood voorspel of die gevaar
maar in my slaap sien ek klein hande
en snags die wit vuur van jou tand:
Wonder ek sidderend oor en oor
Het jy die kind in my vermoor...?
PUBERTEIT
Het kind in mij is stil gestorven
verwaarloosd, blind en onbedorven
in een kleine poel traag weggezonken
en ergens in duisternis verdonken
toen jij ontwetend als een beest
nog volop lachte op je feest.
Je hebt niet met dat grof gebaar
de dood voorspeld of het gevaat
maar als ik slaap zie ik kleine handen
en 's nachts het wit vuur van je tanden:
Ik ril en één vraag brandt aldoor
Heb jij het kind in my vermoord...?
woensdag 21 december 2011
Ingrid Jonker 2
Haar poëzie is ook heel mooi. In het boek Ik herhaal je zijn de mooiste van haar gedichten geselecteerd. Altijd een subjectieve keuze. Maar door de Zuid-Afrikaanse versie naast een mooie vertaling van Gerrit Komrij te zetten is het genieten.
LIED VAN DIE LAPPOP
Ek is die lappop wat nie praat
en maak net op jou liefde staat
Saans lê ek blind en stil en doof
en lig nie meer my semel-hoof
My hande roer nie en my lyf
word met jou weggaan koud en styf
Sonder jou hulp kan ek nie loop:
jy het my sommesro gekoop
en sal my nog een Guy Fawkes-nag
goedmoeds verbrand en dooroor lag
Ek is die lappop sonder gees
My pyn jou luid gevierde fees.
LIED VAN DE LAPJESPOP
Ik ben de lapjespop die niet praat
en zich alleen op je liefde verlaat
's Avonds lig ik blind en stil en doof
en slap is dan mijn zaagselhoofd
Mijn handen rusten en mijn lijf
wordt na je heengaan koud en stijf
Zonder je hulp kan ik niet lopen;
je hebt me zomaar kunnen kopen
en zult me nog op een oudeljaarsnacht
domweg verbranden terwijl je lacht
Ik ben je lapjespop zonder geest
Mijn pijn jouw luidruchtig gevierde feest.
Ingrid Jonker
Een van mooiere films die ik de laatste tijd gezien heb is Black Butterflies. De film waarin Carice van Houten de Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker speelt. Zij is geboren in 1933 in een Zuid- Afrika waar de aparheid hoogtij vierde. Uiteindelijk zal zij in 1965, 32 jaar oud zelfmoord plegen.
Black Butterflies gaat over het leven van de jonge Zuid-Afrikaanse kunstenares Ingrid Jonker, een gevoelige en rebelse geest die haar vrije ideeën over kunst, liefde en politiek met een kleine groep gelijkgestemde schrijvers en kunstenaars in Zuid-Afrika deelde, de Sestigers. Tegen de achtergrond van verzet tegen de censuur van de Nasionale Party, leeft Ingrid Jonker haar jonge leven tot het uiterste en wordt haar werk steeds bekender en meer gewaardeerd. De grote liefde in het leven van Ingrid Jonker, de schrijver Jack Cope, kan haar niet het geluk en de gemoedsrust geven waar ze naar op zoek is. Met haar vader Abraham Jonker, een rechtse minister voor de Nasionale Party tijdens het Apartheidsregime, heeft ze een moeizame relatie. Politieke onenigheid drijft vader en dochter steeds verder uiteen.
Black Butterflies gaat over het leven van de jonge Zuid-Afrikaanse kunstenares Ingrid Jonker, een gevoelige en rebelse geest die haar vrije ideeën over kunst, liefde en politiek met een kleine groep gelijkgestemde schrijvers en kunstenaars in Zuid-Afrika deelde, de Sestigers. Tegen de achtergrond van verzet tegen de censuur van de Nasionale Party, leeft Ingrid Jonker haar jonge leven tot het uiterste en wordt haar werk steeds bekender en meer gewaardeerd. De grote liefde in het leven van Ingrid Jonker, de schrijver Jack Cope, kan haar niet het geluk en de gemoedsrust geven waar ze naar op zoek is. Met haar vader Abraham Jonker, een rechtse minister voor de Nasionale Party tijdens het Apartheidsregime, heeft ze een moeizame relatie. Politieke onenigheid drijft vader en dochter steeds verder uiteen.
zondag 18 december 2011
Mijn favoriete TV programma
Een mooie biografie
Afgelopen zaterdag weer een mooi slagje geslagen. Natuurlijk heb ik de Privé Domein delen van Canetti. Maar ik mag mij nu ook de eigenaar noemen van een kloeke biografie, gebonden uitgegeven door de Arbeiderspers. Geschreven door Sven Hanuschek.
Elias Canetti (1905-1995) kan met recht een kosmopoliet worden genoemd. Hij werd geboren in Bulgarije, maar na de vroege dood van zijn vader woonde hij met zijn moeder en jongere broers in Manchester, Wenen, Zürich en Frankfurt. Tijdens de oorlog verbleef hij in Londen, en hij stierf in Zwitserland. Canetti studeerde sociologie, promoveerde in de scheikunde en kreeg (in 1981) de Nobelprijs voor literatuur. Dat laatste is al uitzonderlijk, maar is nog opvallender omdat Canetti in feite maar één roman heeft geschreven: Die Blendung (1935), in het Nederlands vertaald onder de titel Het martyrium.
In dit bizarre verhaal over een zonderlinge bibliothecaris, die zichzelf en zijn boeken uiteindelijk in brand steekt, gaat hoofdpersoon Peter Kien ervan uit dat de waarheid pas kan worden gekend door afstand van de medemens te houden. Het dagelijks leven is immers een wirwar van leugens. Dat vond niet alleen Kien, ook zijn bedenker leefde daarnaar.
Een lastig uitgangspunt voor een biografie, maar Sven Hanuschek heeft het toch aangedurfd. Vaak proberen biografen een verband te zien tussen leven en werk, maar bij Canetti is dat een onzinnige exercitie. Niet alleen omdat hij uit weerzin tegen toekomstige biografieën veel van zijn papieren vernietigde en een ander deel van zijn nalatenschap tot 2024 ontoegankelijk verklaarde, maar ook omdat hij zelf al zijn leven tot inzet van zijn werk maakte. Zonder overdrijving kunnen we zeggen dat zijn driedelige autobiografie, vol maskerades en humanistische experimenten, de kern van zijn oeuvre is. Ook al vond hij zelf dat de sociologische studie Masse und Macht (1960) zijn magnum opus was.
Hanuschek heeft zo goed en zo kwaad als dat ging het leven van Canetti gereconstrueerd, maar belangrijker is dat hij veel aandacht heeft voor de dingen waarover de meester niet schreef. Zo is daar de geheimzinnige Veza Taubner, zijn eerste echtgenote. Canetti had de gewoonte in cafés en koffiehuizen mensen te observeren om over hen te schrijven. Daarin ging hij ver, over hoe ze spraken, hoe ze hun jas ophingen en zo meer. 'Ik heb elke dag een aantal gezichten nodig die ik nog niet ken.' Over zijn eigen vrouw lezen we in zijn autobiografie wel dat ze na een theatervoorstelling niet applaudisseerde, maar hij schreef er niet bij dat ze maar één arm had. Een vriend die zes jaar na Veza's dood in 1963 haar handicap in zijn memoires vermeldde, werd door Canetti in de ban gedaan. Maar ook dat Veza Taubner zelf een schrijfster was, vind je bij Canetti nergens terug. Net als die ontbrekende arm was dat voor iedereen zichtbaar, maar Canetti had zich nu eenmaal in het hoofd gezet dat zulks een geheim was.
We wisten al dat Canetti zich altijd met veel vriendinnen omringde. Niet zomaar vriendinnetjes, maar geliefdes, waar hij jaren durende verhoudingen mee had. Hanuschek toont aan dat Veza het niet alleen allemaal goed vond, maar dat zij deze relaties zelfs stimuleerde. Maar als zo'n vrouw haar man liefdesverdriet bezorgde, dan was de boot aan!
Enkele vriendinnen komen in deze biografie uitgebreid aan bod, zo ook voor ons nog bekende vrienden of collega's, zoals Isaak Babel, James Joyce, Karl Kraus, Hermann Broch, Thomas Mann, Franz Werfel, Stefan Zweig, Iris Murdoch (één van zijn minnaressen) en een hele serie Engelse critici, dichters en excentriekelingen die Canetti tijdens de oorlogsjaren heeft meegemaakt.
maandag 5 december 2011
Karel van het Reve
| Bijschrift toevoegen |
Met grote vreugde heb ik vorige week bij mijn favoriete boekhandel Spijkerman in Eindhoven het laatste deel van het Verzameld Werk gekocht. De winter mag lang duren!
woensdag 23 november 2011
Managementcode gekraakt
Een nieuw boek, een leuke column. Vandaag in de NRC, door Margiet Oostveen.
Uitstekende vragen, zij het nauwelijks te beantwoorden. Maar wie wil doorgronden hoe ‘ze’
zich -zelf verkopen, kan wat hebben aan het boek De managementcode gekraakt van Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar. Beiden zijn taalkundige, onderzochten als redacteur bij Van Dale jarenlang taalontwikkelingen en herschreven daarna, vaak met gekromde tenen, managementpublicaties. Met ‘manager’ bedoelen de auteurs ook de adviseur, consultant, ambtenaar of politicus, omdat zij zich vaak aan dezelfde taaltrucs bezondigen. Ze geven een handige alfabetische ‘v e r m ij d l ij s t ’ van woorden en uitdrukkingen, die tussen de regels bovendien duidelijk maakt dat de manager in ons allemaal sluipt. Wie nog nooit sprak over communiceren, creëren, checken, faciliteren, impact, een issue of hoe de hazen lopen, verdient een standbeeld.
Wie uitdrukkingen gebruikt als aanvliegroute, afstemmen, best practice, en ervoor gaat, is ambitieus op weg naar een leidinggevende functie.
En wie ‘ergens overheen plast’ (zijn invloed uitoefent), graag anderen de schuld geeft tijdens het blamestormen en asapwil b e n ch m a r k e n of crowdsourcen, die heeft de apenrots beklommen.
Ik zit er bovenop.
Dat houd ik in het vizier.
De managementcode gekraakt is voorbeeldig vormgegeven als managementboek. Veel opgeheven duimpjes en fijne tabellen dus, zoals figuur 2.1, de ‘onthaspelaar’ („Je manager gebruikt een iutdrukking die je niet kent en niet begrijpt. Wat nu?”).
Deze vermijdt het woord ‘moeten’, ten gunste van ‘samen’ en ‘met z’n allen’. En vergadert niet, maar zit „met z’n allen om de tafel”.
Fijn zo. Maar, om mijn lievelingswoord van de politieke manager maar eens te gebruiken: eerst zien of die ook toekomstbestendig is.
De managementcode
De opiniepagina van de Volkskrant legt zich graag toe op wat, al dan niet onderbouwd, leeft onder echte mensen. Laatst hadden ze weer een mooie hartenkreet, nu over de grote hoeveelheid „goed betaalde coaches, strategische adviseurs, communicatieadviseurs, bedrijfsadviseurs, loopbaanbegeleiders, consultants en personal trainers” in Nederland:
Wat dóén die lieden? Wat dragen zij bij aan het oplossen van de economische crisis?Uitstekende vragen, zij het nauwelijks te beantwoorden. Maar wie wil doorgronden hoe ‘ze’
zich -zelf verkopen, kan wat hebben aan het boek De managementcode gekraakt van Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar. Beiden zijn taalkundige, onderzochten als redacteur bij Van Dale jarenlang taalontwikkelingen en herschreven daarna, vaak met gekromde tenen, managementpublicaties. Met ‘manager’ bedoelen de auteurs ook de adviseur, consultant, ambtenaar of politicus, omdat zij zich vaak aan dezelfde taaltrucs bezondigen. Ze geven een handige alfabetische ‘v e r m ij d l ij s t ’ van woorden en uitdrukkingen, die tussen de regels bovendien duidelijk maakt dat de manager in ons allemaal sluipt. Wie nog nooit sprak over communiceren, creëren, checken, faciliteren, impact, een issue of hoe de hazen lopen, verdient een standbeeld.
Wie uitdrukkingen gebruikt als aanvliegroute, afstemmen, best practice, en ervoor gaat, is ambitieus op weg naar een leidinggevende functie.
En wie ‘ergens overheen plast’ (zijn invloed uitoefent), graag anderen de schuld geeft tijdens het blamestormen en asapwil b e n ch m a r k e n of crowdsourcen, die heeft de apenrots beklommen.
Het hoofdstuk ‘Managementspeak’ laat zien hoe ooit eenvoudig te begrijpen zinnen voor managers pas gaan leven als erin gestuurd wordt, zoals waar „wordt gestuurd op acties in hoofdlijnen”. Managers houden van beeldspraak, verdacht vaak om te bewijzen dat zij wat dóén. Daar ben ik alert op.
Ik bewaak het proces.Ik zit er bovenop.
Dat houd ik in het vizier.
De managementcode gekraakt is voorbeeldig vormgegeven als managementboek. Veel opgeheven duimpjes en fijne tabellen dus, zoals figuur 2.1, de ‘onthaspelaar’ („Je manager gebruikt een iutdrukking die je niet kent en niet begrijpt. Wat nu?”).
Handige hulpmiddelen als de ‘kretologiemixer’ leren de lezer desgewenst ook onduidelijk te zijn, want met een geïntegreerde benadering van het veranderingsproces kunnen we concrete oplossingen genereren.
Leerzaam is de knusse beeldspraak waaraan de ‘mensenmanager’ zich vergrijpt in zijn voortdurende poging authentiek en betrokken over te komen.Deze vermijdt het woord ‘moeten’, ten gunste van ‘samen’ en ‘met z’n allen’. En vergadert niet, maar zit „met z’n allen om de tafel”.
Het grote verdriet van de manager blijkt inderdaad te zijn dat niemand begrijpt wat hij doet.
Daarom geeft hij alles zogezegd handen en voeten met stoere blauweboordenbeeldspraak. De manager ‘zet’ bijvoorbeeld graag iets ‘neer’:„We hebben met z’n allen een geweldige prestatie neergezet.”Fijn zo. Maar, om mijn lievelingswoord van de politieke manager maar eens te gebruiken: eerst zien of die ook toekomstbestendig is.
zondag 20 november 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)
