maandag 13 augustus 2012

Balkan Erotic Epic

Het werk van Marina Abramovic was gisteren voor een klein gedeelte te zien in Zomergasten met Lidewij Edelkoort.
Hier een uitvoeriger versie van deze film uit 2006.


Balkan.Erotic.Epic.Marina.Abramovic door DocParano

zondag 12 augustus 2012

Lidewij Edelkoort

Vananvond weer een geweldige zomergast. Verrassende dingen gezien en gehoord. Nog eens het een an ander opnieuw bekijken bij uitzendig gemist. Ook deze mooie animatie van Niels Hoebers. Deze kunt u hier kijken. Opnieuw en opnieuw het kijken waard.

dinsdag 7 augustus 2012

Zamjatin 2

Afgelopen zondag was ik op de Deventer Boekenmarkt. Ik zal hier een dezer dagen nader over bloggen!
Het was een mooie zondag die in de middag door enige buien werd geteisterd. Op een gegeven moment toen wij, mijn ega en ik,  stonden te schuilen voor een heftige bui, toeval lijkt niet te bestaan stonden wij onder het luifel van een kraam met daarin Russische en anarchistiche literatuur. Naar later bleek gelieerd aan de Rooie Rat, de bekende linkse boekha, nieuwendel uit Utrecht.
Ik vroeg of hij toevallig iets had van Zamjatin. Over Zamjatin blogde ik eerder. De boekverkoper bleek de opvolger te zijn van uitgeverij Kelder. Niet veel later had ik een mooie, nieuwe, gesealde uitgave in de hand van: In de provincie en andere verhalen. Een prettige gedachte dat dit in mijn boekenkast staat!



donderdag 2 augustus 2012

De grote vakantie

In de Groene Amsterdammer stond in de uitgave van 12 juli onderstaand commentaar van Casper Thomas. Dit riep bij mij vervelende gevoelens op waarop ik besloot om een reactie te sturen naar de Groene. Deze kunt u onder het commentaar lezen en is geplaatst in de Groene van deze week, het nummer van 2 augustus. 

Grote vakantie is te groot. 
Het Spaanse rietje, de lei en griffel, aap-noot-mies: wie voorstelt deze attributen opnieuw in te voeren op school wordt terecht weggehoond als iemand die is blijven hangen in de negentiende eeuw. Toch houden we in het onderwijs maar al te graag vast aan een ander archaïsch gebruik: de lange zomervakantie.
Die werd bedongen bij het invoeren van de leerplichtwet in 1900. Met name de boerenstand vreesde het verlies van gratis werkkracht als hun kroost tijdens de oogstmaanden in leerfabrieken van de staat werd opgesloten. Het argument dat onderwijspersoneel zoveel tijd nodig heeft om uit te rusten, werd er pas later bij bedacht door leraren die hun verworvenheden wilden verdedigen.
Anno 2012 is er alle reden om een einde te maken aan de eindeloze vrije weken waartoe gezinnen ieder jaar worden veroordeeld. Het vakantierooster is de aansluiting met het werkende leven kwijt. Oogsten gebeurt met machines en het kostwinnersmodel heeft als ideaal afgedaan. Het spreekt al lang niet meer vanzelf dat moeder thuis is tijdens de vakantie om boterhammen te smeren en de kinderen mee te nemen naar het zwembad. Een samenleving die hamert op arbeidsparticipatie snijdt zichzelf in de vingers als ze verwacht dat ouders ook wekenlang vrijaf nemen in de zomermaanden.
Maar het belangrijkste argument om het vakantierooster op de schop te nemen, komt uit wetenschappelijke bron. Kinderen die lang verstoken zijn van hun boeken en de regelmaat van een schooldag verleren het leren. De afgelopen jaren hebben pedagogen volop onderzoek gedaan naar de cognitieve vermogens van scholieren voor en na de grote vakantie. Conclusie: een brein dat een tijdje droog staat, komt maar langzaam weer op gang. Summer learning loss is de naam voor dit verschijnsel. In sommige gevallen bleek de kennis van leerlingen bij terugkeer naar de schoolbanken zelfs minder dan daarvoor. Vooral zwakke leerlingen zijn de dupe. Hun slimmere klasgenootjes pikken de draad veel sneller weer op. Onderzoekers van de Universiteit Twente concludeerden zelfs dat onderwijsachterstand voor het grootste deel tijdens de vakantie ontstond. De verschillen zijn vooral merkbaar bij leesvaardigheid. Een mogelijke verklaring is dat kinderen met hoogopgeleide ouders met een koffer vol boeken richting zon vertrekken. Daarna wacht vaak nog een zomerkamp. Anderen blijven thuis, kijken tv en hangen wat rond.
Op die manier houdt de vakantiekalender ongelijkheden in stand. Daarom is het voorstel van een Britse denktank de moeite van het overwegen waard: knip het schooljaar in vijf blokken van acht weken, met daartussen lesvrije blokken van veertien dagen. Dan blijven er nog vier weken vrij over in de zomer. Bijkomend voordeel: er komt een eind aan die lappendeken van vrije dagen, lange weekenden en extra vakanties. Flexibele vakanties zijn een ander interessant alternatief. Op een aantal Nederlandse scholen mochten ouders bij wijze van experiment zelf hun vakantiedagen plannen. De eerste reacties zijn voorzichtig positief.
Natuurlijk hoort ontspanning bij inspanning en van een beetje verveling is nog nooit iemand slechter geworden, maar de lengte van de huidige zomerstop is moeilijk te verdedigen. Wekenlang vrij blijkt niet voor iedereen een zegen. Na lang tegenstribbelen stonden scholen onlangs een weekje zomervakantie af, waardoor er nog zes overblijven. Dat is een begin. Vier weken is meer dan genoeg om te kamperen in Frankrijk, te logeren bij opa en oma en een week­abonnement voor het zwembad eruit te halen.
Mijn reactie:

Grote Vakantie
Ieder jaar als ik terugkeer van mijn vakantieadres verheug ik mij altijd om me door de stapel tijdschriften en kranten te worstelen die gedurende mijn afwezigheid op de deurmat is gevallen.
Zo nam ik ook de Groene van 12 juli ter hand. Het commentaar van Casper Thomas, Grote vakantie is te groot, schoot al meteen in het verkeerde keelgat.
Op basis van het verslag van een Britse denktank, combinerend met een verwijzing naar de leerplichtwet van 1900 wordt opnieuw de aanval geopend op de lengte van de zomervakantie.
Het stemmingmakende commentaar is weer een duidelijk voorbeeld van een vorm van azijnpisserij. De vakantie is te lang, onderwijspersoneel maakt gebruik van oneigenlijke argumenten en een op niets gebaseerde stelling dat vier weken vakantie lang genoeg is wordt geponeerd.
De schrijver stelt dat het vakantierooster de aansluiting met het werkende leven kwijt is. Alsof het werkende leven allesbepalend is!
Er zijn voldoende, wetenschappelijke, argumenten aan te geven waarom een langer vakantieperiode goed is voor het kind, Summer learning loss zeer beperkt is en in een mum van tijd verdwijnt.
Verder loopt als het om de lengte van de zomervakantie gaat Nederland beduidend achter op het buitenland, waar een zomervakantie van twee maanden of langer gebruikelijk is. Ook in Finland, waaraan Nederland zich zo graag afmeet is de zomervakantie langer dan in Nederland.
Het wordt langzaamaan eens tijd dat het onderwijs met rust wordt gelaten in plaats van iedere keer het gemorrel aan, en invloed willen op de inrichting van het onderwijs door politici en andere azijnpissers die niet kunnen hebben dat een ander iets anders heeft dan hij/zij.
Als men het in het onderwijs zo goed heeft waarom staan de mensen dan niet te trappelen bij de onderwijsinstellingen om aan het werk te gaan als zij-instromer of om de docentenopleiding te gaan volgen? We hebben tenslotte een lerarentekort.

maandag 30 juli 2012

De Mus

Ik was het eigenlijk al helemaal vergeten dat Tom America nog actief was. Hij woonde destijds in de straat tegenover die van mij en ik kende hem van zijn band uit de jaren '70-'80. Met zijn door hem op muziek gezette De Mus van Jan Hanlo mag hij wat mij betreft zeker uit de vergeethoek gehaald worden. Dit is zijn adres: www.tomamerica.nl. Verder onhoud ik u De Mus niet.

zondag 29 juli 2012

De onwetende wijsgeer

Een bezoekje aan De Slegte leverde weer opnieuw leesvoer op dat als buit meegenomen werd naar huis.

Het boek dat ik deze keer scoorde, het laatste exemplaar, was De onwetende wijsgeer. Een keuze uit het mengelwerk van Voltaire.
De in 1694 geboren François-Marie Arouet, beter bekend als Voltaire, was katholiek, maar tegelijkertijd had hij een gruwelijke hekel aan wat hij noemde l'infâme. Uit deze bloemlezing van Voltaires 'mengelwerk' blijkt dat het infame volgens Voltaire bestond uit bijgeloof, fanatisme en eigenbelang. Dat heeft hij bestreden in filosofische en literaire werken, maar ook in korte stukjes, pamfletten en gefingeerde dialogen.

Voltaire was het boegbeeld van de Verlichting en dat kwam doordat hij zich beriep op de rede en de ervaring, ook al streek hij hiermee gelovigen tegen de haren in. Zo ook in het verhaal over mevrouw De Grancey, de echtgenote van een maarschalk. 'Zij bracht veertig jaar door met dat leven van verstrooiing en met die steeds weerkerende pleziertjes die voor vrouwen een serieuze bezigheid vormen. Daarna zette ze zich aan het lezen. Eerst Montaigne, toen Plutarchus en zo meer. Toen een vriend haar op een dag aantrof met een rood hoofd van woede, vroeg hij wat er aan de hand was. ''Ik sloeg toevallig een boek open dat in mijn kamer rondslingerde. (...) Ik las daarin deze woorden: vrouwen, weest uw mannen onderdanig; ik heb het boek weggesmeten.' Nadat de vriend haar erop had gewezen dat ze in de brieven van Paulus had zitten lezen, zei ze: ''Het kan me niet schelen van wie ze zijn; de schrijver heeft geen manieren.'' :)

Dit is een typisch Voltairedialoogje. Niemand las ijveriger in de Bijbel en in de kerkvaders dan hij, maar dan toch vooral om kritiek te kunnen geven. Daarom is hij ook gevangengezet, verbannen en gehoond. Bijna iedereen had wel een reden om tegen Voltaire te zijn. Was het niet een godsdienstige dan wel een politieke of persoonlijke. En altijd die tergende nuchterheid die niet door iedereen als ironie werd onderkend. Stukken als Overwegingen voor domoren of Over het huiveringwekkende gevaar van het lezen staan vol met serieus gebrachte adviezen over de manier waarop je drogredeneringen voor intelligent kunt aanzien. Ook legt Voltaire uit hoe Mohammed voorkwam dat een verderfelijke westerse uitvinding als de boekdrukkunst zijn volgelingen zou kunnen verpesten. (haha)

De aangrijpendste tekst in dit boek is Verhandeling over de verdraagzaamheid. Op 9 maart 1762 werd in Toulouse onder het uitspreken van vrome katholieke gebeden Jean Calas door 'vrouwe Justitia' gemarteld, gewurgd en vervolgens verbrand. Waarom? Calas' zoon Marc-Antoine had zich opgehangen en alsof dat nog niet erg genoeg was, werd zijn protestantse familie ervan verdacht hierin de hand gehad te hebben, om te voorkomen dat Marc-Antoine zich tot het katholicisme zou bekeren. Deze door godsdienstwaan ingegeven (infame) zaak trok grote belangstelling toen Voltaire zich ermee bemoeide. Jean Calas werd er niet levend van, maar dankzij Verhandeling over de verdraagzaamheid werd het vonnis postuum vernietigd en kregen de nabestaanden een schadevergoeding. Het was een groot succes voor Voltaire, voor de rede en voor de strijd tegen de doodstraf, kortom voor de verlichting.

Deze tekst van nauwelijks honderd pagina's vol historische verwijzingen naar kwesties over godsdienst- en andere vrijheid zou verplicht gesteld moeten worden voor iedereen die denkt dat de wereld er beter op wordt door elkaar te straffen voor eventueel berokkend leed aan uiteenlopende opperwezens, die blijkbaar nooit zo machtig zijn dat ze leed kunnen voorkomen of dat desnoods zelf weten te wreken.



  

donderdag 26 juli 2012

Maskerade - The Confidence-Man van Herman Melville

Tijdens de vakantie behoort heerlijk lezen tot de ongekende mogelijkheden. Eindelijk heb ik me gewaagd aan The Confidence-Man van Herman Melville, bij de meesten onder u waarschijnlijk alleen bekend van Moby Dick. Het was een genot om te lezen en een boek dat ik graag aanbeveel.

Het verhaal van The Confidence-Man is niet snel verteld en wat Melville met zijn schildering van het leven aan boord van de de Mississippiboot Fidèle duidelijk heeft willen maken, is daardoor onderwerp geworden van veel studie, waarbij zelfs de mogelijkheid dat de auteur de draak heeft gestoken met het christendom niet wordt uitgesloten.
De teneur van de uitweidingen - als je daarvan kunt spreken in een verhaal waarin de personages als duveltjes uit doosjes te voorschijn springen en weer verdwijnen, met achterlating van hun flessentrekkerijen, hun levenswijsheden en hun denkbeelden - is steevast dat de werkelijkheid niet gegeven is, zelfs niet in zo'n beperkte ruimte als die van een stoomboot op de Mississippi. De werkelijkheid wordt gecreëerd; het zijn flarden die we onder ogen krijgen, epifanieën, momenten van inzicht, die juist als het ons begint te dagen, alweer voorbij zijn en plaatsmaken voor nieuwe indrukken.
De 'con-man' van de titel, zeg maar de bedrieger, de oplichter, die al of niet onder verschillende gedaanten zijn medepasagiers in zijn retorisch meesterlijke spelletjes betrekt, zou volgens die lezing zowel 'de duivel' als 'de verlosser' zijn, voorwaar een duivelse manier om deze of gene christelijke prediker beentje te lichten.
Het is een interessante lezing, want wat blijft er van het christendom over als de centrale figuren ervan zo ver worden uitgekleed dat ze op elkaar gaan lijken? Het is jammer dat voor deze interpretatie niet zozeer The Confidence-Man als zodanig wordt gebruikt, maar een gegeven uit Melville's biografie: de schrijver begon aan zijn Mississippi-verhaal anno domini 1855, het jaar waarin passiezondag op 1 april viel, wat wil zeggen dat hij het lijden van Christus als een grap moet hebben beschouwd. Als je dit leest, en al het andere dat inmiddels, niet gespeend van inzicht en vernuft, over The Confidence-Man is geschreven, bekruipt je precies het gevoel dat Melville in zijn boek zo spitsvondig en alert verbeeldt: niet alleen dat de wereld bedrogen wil worden - en vooral de Amerikaanse wereld in die tijd, maar ook dat je stelselmatig bedrogen wórdt, of anders gezegd dat je bereid bent je tot alles te laten verleiden, zolang je het vermoeden hebt dat een oplossing van bepaalde levensvragen (of -behoeften, om het niet al te filosofisch te maken) in het vooruitzicht wordt gesteld.
Die gedachte heeft Melville tongue-in-cheek in dit boek omstandig bespeeld. Het thema is dan ook niet voor niets 'vertrouwen', en de boot waar dit vertrouwen, de zuurdesem waarmee ons dagelijkse brood wordt gebakken, door al die charlatans stelselmatig wordt geschonden - zonder dat ze er zelf materieel veel beter van worden - heet dan ook niet voor niets de Fidèle.

woensdag 11 juli 2012

In Italië

De komende weken ben ik te vinden in Italië. Geen internet, veel cultuur, echte boeken mee en mooi weer en vino! Tot over een paar weken.

dinsdag 10 juli 2012

Herinnering aan Gerrit Komrij

Gerrit Komrij heb ik altijd heel erg aardig gevonden. Ik heb hem slechts één keer in het echt ontmoet waarbij ik even met hem gesproken heb. Dit was tijden de Boekenmarkt in Deventer, waar ik hem iedere keer als ik daar was wel tegen het lijf liep. Zijn werk ken ik natuurlijk al veel langer. Mijn eerste kennismaking lang geleden was met zijn onvolprezen poëziebloemlezing maar ook zijn essays en columnd heb ik met veel plezier gelezen. Groot was mijn vreugde toen Inkt een verzameling Kapitale Stukken werd uitgegeven dat veel later uiteindelijk bij De Slegte in de ramsj terechtkwam voor nog geen twee tientjes. Maar ja, ook weer voorbij. Alles is vergankelijk. Het is nu weer te koop voor € 45,- in de webshop bij De Slegte.

Op de dag van zijn overlijden heb ik De Klopgeest ter hand genomenen in een paar dagen uitgelezen. Waarom De Klopgeest? Eigenlijk omdat het thema zo Komrij's is, schijn en werkelijkheid.

Amsterdam, eind negentiende eeuw. Het is de tijd van het opkomende socialisme, van een grenzeloos vertrouwen in de toekomst en van een grote belangstelling voor spiritualiteit. De villa's in Zuid schieten als paddestoelen uit de grond, terwijl een paar honderd meter verderop de nauwe stegen en straatjes van de binnenstad krioelen van de hoeren, charlatans en potsenmakers.
Hector, een dandy in hart en nieren, weet vanuit de krochten van de stad het welvaren-de paradijs van de villawijk binnen te drin-gen door zich aan te bieden als medium - bemiddelaar tussen de wereld van de geesten en die van de levenden. In de weelde-rige huiskamers van de rijken houdt hij sean-ces voor een gretig publiek, en voldoet hij aan hun wensen, verlangens en dromen.
Ook Hectors beste vriend George heeft visioenen van een nieuwe wereld, zij het van een wat aardsere variant. Hij is een vurige pleitbezorger van het socialisme, dat onder de arme bevolking van de binnenstad aan de man gebracht moet worden. Hij bezoekt tal-loze bijeenkomsten waar wordt opgeroepen tot saamhorigheid en verzet tegen de macht-hebbers, en zoekt naarstig naar een manier om de heersende klasse ten val te brengen.
Terwijl de stad en haar bewoners zich krachtig een weg banen naar de nieuwe tijd, dromen Hector en George ieder op hun eigen manier van een betere toekomst. Dan kornen ze er echter langzaam maar zeker achter dat hun idealen en visioenen niet meer zijn dan luchtkastelen, en vallen hun dromen een voor een aan gruzelementen.
De klopgeest is een heldere, subtiele roman over schijn en werkelijkheid, de geesten van de onderwereld en de geest van de nieuwe tijd, gesitueerd in een van de meest roerige perioden in de vaderlandse geschiedenis.

Ik neem nu Inkt weer ter hand.





Gerrit Komrij leeft

Nog heel recent kwam het bericht dat Gerrit Komrij is overleden. Dat is spijtig, dat is jammer dat hij zo vroeg en veel te jong is gestorven. Maar dit sterven brengt ook naar voor dat hij nog steeds voortleeft. In zijn blog, Lucifer in het hooi, dat hij jammer genoeg onregelmatig bijhield post hij in december 2011 onderstaand bericht:

Dit 'essay' is bijna dertig jaar oud (1982). Nog nergens een PVV te bekennen. Heeft het erg aan actualiteit ingeboet?

Weg is weg
Ieder jaar is er, in de periode dat het Fonds voor de Letteren zijn subsidie-toekenningen wereldkundig maakt, weer veel fanfare en tam-tam over deze regeling. 'Het oplaaien van de discussie', heet zoiets. Zo ook dit jaar. Ik vind dat vervelend. Het is geen fundamentele kwestie.

Veel verwijten tegen de gang van zaken zijn terecht. Daar gaat het niet om. Menig verweer tegen deze verwijten is terecht. Daar gaat het niet om. Er is een aantal schrijvers dat liever morgen al moet solliciteren bij de plantsoenendienst, omdat zij ruimschoots hebben bewezen beter te kunnen omgaan met hark en bezem dan met pen en potlood. Daar gaat het niet om. Er worden zotte argumenten naar voren gebracht. Ongetwijfeld. Zo verdedigde Sybren Polet in Het Parool het 'continueringsprincipe', dat inhoudt dat een schrijver er recht op heeft niet 'zonder evaluatie' in een lagere categorie terug te vallen, door te stellen dat dit principe 'de schrijver relatieve zekerheid verschaft en hem zoveel mogelijk onttrekt aan de willekeur van al te persoonlijke beoordeling van tegenstanders' — alsof de subsidie er niet was om hem de kans te bieden een goed boek te schrijven, alsof de subsidie er zelfs niet was om hem met zijn zoveelste beroerde produkt het Magazijn van Winkeldochters aan de slag te laten houden, maar om hem van staatswege immuniteit te verschaffen — zoiets kan alleen een apparatsjik van de Unie van Sovjet-schrijvers bedenken. Maar ook daar gaat het niet om. Met evenveel recht kan men zeggen dat een ongesubsidieerde schrijver, die niet te beroerd is leesbare en verkoopbare boeken te schrijven, zich niet kan onttrekken aan de willekeur van een tegennatuurlijke instandhouding en bevoorrechting van Polets winkeldochterwezen. Om dit alles gaat het niet. Het zijn details, futiliteiten.

Veel belangrijker is dat dit geruzie en amusement, dit — toegegeven — vaak hilariteitverwekkende getrap op tenen en nog veel meer hilariteitverwekkende op-zijn-tenen-getrapt-zijn onder het mom van 'discussie', de politici alleen maar een vrijbrief geeft om heel in het algemeen op kunst te bezuinigen, ze stijft in het idee dat het toch allemaal 'weggegooid' geld is en ze argumenten biedt om hun eigen platvloersheid te verheffen tot de maat aller dingen. Vijfennegentig procent van wat er in het parlement wordt gezegd is futiel gekissebis, ondoordacht en leuterachtig, en toch zal niemand er over denken de subsidie-regeling voor parlementariërs af te schaffen, maar als slechts vijf kunstenaars redekavelen en bekvechten worden er terstond vragen in de kamer gesteld over de vraag of de kunst wel juist wordt gesubsidieerd. Niets herkennen parlementariërs zo snel als geleuter ... van anderen. De geestelijke crétins waarvan het in de politiek en de ambtenarij wemelt, de waanwijze proleten die zo merkwaardig evenredig over alle Nederlandse politieke partijen zijn verdeeld en die toch al van dat 'gedoe' af wilden, wordt door elke vraag naar het al of niet rechtvaardig functioneren van subsidie-regelingen een excuus in handen gespeeld om te verminderen, te beknotten, af te schaffen. Het is een gevaarlijk spel. Vooral ook omdat zulke 'interne' kritiek soms gunstige gevolgen kan hebben: zie het welzijnswerk. Het onderling geruzie in dat wereldje heeft ongetwijfeld bijgedragen tot de bereidwilligheid om erop te bezuinigen. Niemand die er rouwig om is. Maar kunst is geen 'wereldje', een toneelgezelschap, een orkest is geen ontmoetingscentrum voor contactgestoorde pastoors die zich op de derde wereld bezinnen. Diversiteit is niet het multipliceren van steeds weer hetzelfde. Elke gulden waarmee stencilmachines, ja hele drukkerijen worden bekostigd die bewust-makende lectuur produceren temidden van onderontwikkelde, liefst analfabetische volksstammen is diefstal van de Nederlandse literatuur.

Het ontbreekt de regering, het ontbreekt de politici van alle partijen aan elk moreel of filosofisch wereldbeeld, aan elk begrip voor een culturele hiërarchie, aan elk besef van geschiedenis en continuïteit. Blind staren ze in de toekomst. Hun waardenschaal is een stapel oud roest, waaruit ze nu eens dit, dan weer dat oppakken. Ze poetsen de scheepsbel schoon en vegen wat kruimels uit de kombuis en zien dat aan voor een staaltje stuurmanskunst. Terwijl het schip op de klippen loopt spartelen ze in een onderdekse kajuit rond in een teiltje en denken gewichtig dat ze het nat houden. Ze redeneren in procenten, niet in cultuur. Ze redeneren in zetels, niet in samenlevingen. Dat is de fundamentele kwestie.

Het is godgeklaagd om in perioden van materiële achteruitgang geestelijke waarden te kortwieken. Daar gaat het om. Het getuigt van een deerniswekkende intellectuele en politieke ondervoeding om in tijden van bezuinigingen het falderappes de kunst als zondebok voor te houden. Daar gaat het om. Het duidt op verregaand hersenletsel om in een economische crisis het cement van de cultuur uit het wankele bouwwerk te hakken. Daar gaat het om.

Mensen die het spoorloos verdwijnen van honderden miljoenen guldens subsidie aan het bedrijfsleven schouderophalend afdoen als 'een aanvaardbaar risico' en tegelijkertijd naarstig, met hun tong uit hun mond, zoeken hoe ze twintigduizend gulden kunnen weghalen bij een groep balletdansers horen thuis in het gekken- en niet in het Catshuis. Zo is het, niet anders.

Het enige wat de geestelijke slaapzucht van de politici, hun culturele inertie nog kan prikkelen is onderling gekrakeel bij groepen waarvan ze niets begrijpen en waarop ze dus onbewust jaloers zijn. De kunst. En alles wat ze daarop kunnen bezuinigen komt nooit meer terug. Het geld dat ze een ellendig toneelgezelschap onthouden gaat niet naar een beter. Het geld dat ze besparen op een ondermaatse auteur gaat niet naar een voortreffelijke. Weg is weg, en de barbaren zijn tevreden. Ze storten zich, bij ontstentenis van een eigen grote lijn, op andermans details.

Zeg daarom, als het om kunst gaat, nooit dat er geld wordt 'verspild'. Laat zelfs de suggestie achterwege. Hoe kan men trouwens een fooi verspillen? Gun die ellendige gezelschappen en die ondermaatse auteurs hun armetierige subsidies. Maak er niet zo'n drukte over. Kakel niet zo. De wolf loert om de hoek. En die wil alles.



Bron: NRC Handelsblad, 14 juli 1982